HET NEDERLANDSE KOOIKERHONDJE

Kooikerhondje

Algemene typering:

Het kooikerhondje is van huis uit een werkhondje: bewaker van huis en erf, verdelger van muizen, mollen en ratten.
Het is een lief, vrolijk en pittig hondje, attent en intelligent, dat in hoge mate bereid is voor de baas te werken.
In huis vertoont het kooikerhondje een groot aanpassingsvermogen; op zijn tijd rustig en bescheiden, dan weer speels en bruisend van levenslust.
Hij is goed waaks, maar slaat alleen aan als er reden voor is.
In vrije beweging buiten heeft hij een hoog bewegingstempo, lichtvoetig met een permanent sierlijk wuivende staart.
Hij is gevoelig voor lawaai en harde woorden.
Het is geen allemansvriend.
Hij is aanvankelijk terughoudend tegenover vreemden, kinderen en andere honden maar heeft hij iemand geaccepteerd dan is er een vriendschap voor het leven gesloten. “Eens een vriend altijd een vriend”.

 

Ras Info:

Nederlands ras.
Grootte ong. 35-40 cm.
Gewicht ong. 9 - 15kg.
Kleur is wit met rode platen.
De ogen zijn donkerbruin, amandelvormig met een vriendelijke uitstraling.
De oren zijn langbehaard met zwarte haarpunten, ook wel oorbellen genoemd.
Het Vacht is halflange, licht golvend.
Het karakter is vrolijk, maar niet luidruchtig, zeer op zijn omgeving gesteld, vriendelijk, goedaardig en attent.

Oorsprong:

Kooikerhondjes behoren tot een oud, Nederlands ras. Op schilderijen van 17e eeuw, meesters o.a. Jan Steen komt men veelvuldig spioenachtige hondjes tegen die veel lijken op het huidige kooikerhondje.

                                                                                              Foto Schilderij Jan Steen Zoals de ouderen  zongen, zo piepen de jongen 1626-1679
Zoals de ouderen zongen, zo piepen de jongen 1626-1679

Mevrouw M.C.S. Baronnesse van Hardenbroek van Ammerstol heeft ongeveer 60 jaar geleden veel gedaan om het bijna uitgestorven ras te behouden en weer op te bouwen.

Foto Schilderij Jan Steen Vrolijk Huisgezin
Vrolijk huisgezin 1668.

In 1966 werd het ras voorlopig erkend en in 1971 kwam de officiële erkenning met de nu geldende raspunten.

 

Vacht:

De vacht kan goed tegen vocht en houdt weinig vuil vast.
Het onderhoud is gemakkelijk. Geregeld borstelen met een goede haarborstel houdt de vacht in conditie en het huis haarvrij.
In de verhaarperiode is een dagelijkse borstelbeurt –nu ook voorzichtig kammen met een niet te fijne kam- wenselijk.

 

Voeding:

Sobere voeding, van goede kwaliteit, zorgt voor een slanke gespierde hond, die graag en gemakkelijk beweegt.
Afhankelijk van het geslacht en de grootte zal een kooikerhondje niet meer mogen wegen dan 9 – 15kg.

 

Teef/Reu:

Een kooikerreutje is veelal wat groter dan een teefje.
Qua karakter ontlopen de beide geslachten elkaar niet veel. Uiteraard hebt u bij een teefje te maken met optredende loopsheid.

Het kooikerhondje is permanent verharend, maar een teefje verhaart nog wat meer dan de reu.

Een reu is veelal wat standvastiger qua karakter, maar heeft soms wat meer dan teefjes de neiging om de baas in huis te worden. Dit is met een consequente aanpak echter prima op te vangen.

 

Spelen en leren:

De eigenaar moet de intelligentie van het hondje, zijn opmerkzaamheid, zijn werklust en de sterke band met de baas uitbuiten, door veel met de hond bezig te zijn.
Kunstjes leren in huis, zoek en apporteerspelletjes doen in de tuin of tijdens de wandeling.
Spelletjes prikkelen de nieuwsgierigheid van de hond en zijn leervermogen.
Spelletjes versterken de band tussen baas en hond en bevestigen het leiderschap van de baas.

Beweging:

Een kooikerhondje is een werkhondje.
Dat houdt in dat hij veel beweging nodig heeft.
Een hond die te veel thuis zit en niet verder komt dan de eigen tuin wordt geestelijk en lichamelijk tekort gedaan.
Hij krijgt te weinig de gelegenheid zijn spieren te gebruiken, initiatieven te nemen en geurindrukken op te doen.
Een kooikerhondje leeft gemiddeld 10 tot 14 jaar. Tijdens die periode is de eigenaar verantwoordelijk voor een “hondswaardig” bestaan.

 

Opvoeding en training:

In de vorm van veel spel, cursussen op gebied van gedrag, gehoorzaamheid en behendigheid, speuren en zoeken zal “plaatsvervangend” werk gezocht moeten worden.
Samen met de baas is het zijn lust en leven.
Vanaf ± 9 weken kunt u op puppycursussen samen aan de slag.
Het is heel belangrijk. De baas leert de lichaamstaal van zijn hond kennen, de hond leert zijn baas beter kennen en leert om te gaan met andere honden.

Het gezamenlijke einddoel is een vriendelijke, gehoorzame hond die overal met het gezin mee naar

toe kan, omdat hij goed opgevoerd is. Overigens kan de hond, als dat eens nodig is, ook heel goed alleen thuis blijven.
Een goede opvoeding in de eerste twee jaar zorgt ervoor dat u jaren plezier van uw hond kunt hebben.

 

Socialisatie:

De sociale aanpassing begint al met drie weken in het nest.
Voor de sociale ontwikkeling van de hond is de periode van 6 tot 16 weken het belangrijkst.
Dit is ook de periode waarin hij het snelst iets leert.
Voor het eenkennige kooikerhondje is een goede socialisatie van grootbelang.
Een hond die zich veilig voelt en zelfvertrouwen heeft, is een hond die je kunt vertrouwen.
Daarom werken wij als fokker, samen met de nieuwe eigenaar om het hondje te laten wennen aan de menselijke samenleving met vele facetten. Zorg voor plezierige contacten met kinderen, volwassenen, honden en andere dieren, o.a. onze minipaarden.

onze honden spelen met de merries 10-8-06

We laten hem wennen aan huis-, tuin-, keuken-, straat- en andere geluiden.
Betrek de pup bij de begroeting van gasten, haal kinderen en bevriende honden in huis of neem de pup mee naar plaatsen waar die te vinden zijn.
Neem de pup niet in bescherming als hij angstig is of vluchtgedrag vertoont, maar laat als “roedelleider”zien dat er niets aan de hand is.
De pup heeft slechts een jaar nodig om volwassen te worden.